Ambulanceplezier

Ambulanceplezier

Als ambulancedienst worden we regelmatig gevraagd voor schoolbezoek, open dagen, seniorendagen, enz. Meestal proberen we te komen. Het is belangrijk dat mensen weten wat hulpdiensten doen en wanneer we wel of niet nodig zijn. Het is ook leuk. Vaak komen we in mooi gezelschap terecht. Ga je mee?

We rijden naar Brabant. Doel van onze reis? Een zomerkamp voor vrouwen die extra begeleiding nodig hebben. Een zorgzaam team van vrijwilligers geven hun energie en tijd om deze groep een mooie vakantie te bezorgen. Nou ja, geven. Als ik het goed heb begrepen, krijg je in zo’n week méér dan je geeft; veel dankbaarheid, gave contacten en groot plezier. Ongetwijfeld zoeken ze binnenkort weer stafleden voor het volgende jaar. Iets voor jou?

We parkeren naast het kamphuis en krijgen een enthousiast onthaal! Met koffie en taart denken we na over ambulancezorg. De één wil het spannendste verhaal horen. De ander heeft praktische vragen. En nog een ander deelt een ervaring hoe het is om door ambulancemensen geholpen te worden. Het mooiste moment komt na de koffie. De zwaailichten gaan aan en de ambulancedeuren zwaaien open. Wie wil, mag naar binnen. Deze kans laat niemand voorbijgaan. De brancard blijkt de populairste attractie en is permanent bezet. Zelden zag ik patiënten met zoveel lol. Anderen spelen vakkundig hun rollenspel, de ene nog ernstiger en pijnlijker dan de ander.

Deze doelgroep heeft allerlei benamingen. Dit kan helpen om een begeleidingsbehoefte te omschrijven en zorg te organiseren. Tóch vind ik de naamgeving aan deze doelgroep altijd weer een lastig punt. Vooral als ik hoor spreken over ‘mensen met een beperking’. Wellicht is dit een nobele poging om andere termen te voorkomen, maar het is natuurlijk reuze nietszeggend. Welk mens heeft er dan géén beperking? Zij die denken geen beperking te hebben? Dat is pas een beperking. Misschien wel dé beperking van onze samenleving? Een soort wijdverspreide illusie?

Aan het einde van de avond hobbelen we met onze ambulance het terrein weer af. Dankbaar en verrast door zoveel enthousiasme, positiviteit en (h)eerlijke eenvoud. Morgen hoop ik weer aan het werk te gaan, een kantoordag. Een volle agenda wacht. Een drukke dag. Met allemaal serieuze mensen die vooral zichzelf zo serieus nemen. En denken dat ze geen beperking hebben... We hebben een thuisreis van nog zo’n honderd kilometer om na te denken over de vraag: Wie heeft nu de grootste beperking? We hebben al een antwoord als we nog negenennegentig kilometer moeten rijden. Weet jij welk antwoord?

André Oudenaarden

Thema

Dit artikel valt onder een van onze basis thema's: